Door Jurre Kok, fysiotherapeut · 19 mei 2026 · 8 min lezen · Categorie: Knie

Het is een van de meest voorkomende knieklachten die we in de praktijk zien. Een diffuse pijn rond of achter de knieschijf, die opspeelt bij traplopen (afgaan vooral), bij hurken, bij lang zitten met de knie gebogen (het beruchte 'theater sign') en bij hardlopen op langere afstanden. Veel mensen krijgen dan te horen dat ze 'runner's knee' hebben, of 'retropatellaire chondropathie'. En zoals zoveel diagnoses op pijn die we vroeger ergens aan vastplakten, is het inzicht in de afgelopen tien jaar flink gekanteld.
PFPS is pijn aan de voorkant of achter de knieschijf bij belaste, gebogen kniebewegingen. Het gewricht waar het over gaat is patellofemoraal: het spoor waarin de knieschijf op en neer beweegt op het dijbeen tijdens elke buigbeweging. Bij elke trap, elke squat en elke landing wordt de druk op dat gewricht groter.
Lange tijd werd aangenomen dat PFPS draaide om beschadigd kraakbeen achter de patella (retropatellaire chondropathie). MRI-studies hebben dat beeld grondig bijgesteld. Veel mensen met asymptomatische knieën hebben kraakbeenveranderingen op de scan, en veel mensen met PFPS hebben juist gave kraakbeen-beelden. De pijn correleert dus slecht met wat er onder de microscoop te zien is (Crossley et al., 2016).
De huidige wetenschappelijke benadering: PFPS is een symptoomdiagnose. Pijn die optreedt onder bepaalde belastingen, zonder dat één enkele structuur de oorzaak is. Het beste model dat we nu hebben is een multifactorieel pathomechanisch model (Powers et al., 2017), waarin de patellofemorale druk wordt beïnvloed door wat er bóven en ónder de knie gebeurt.
PFPS is verantwoordelijk voor ongeveer 25% van alle knieklachten in actieve populaties (Smith et al., 2018). Vrouwen hebben tot twee keer zoveel kans om het te ontwikkelen als mannen. Hardlopers, fietsers en mensen die veel hurken of trappenlopen voor hun werk komen er bovengemiddeld mee in aanraking.
Tussen 2016 en 2018 hebben de meest invloedrijke onderzoekers op dit gebied vier consensusstatements gepubliceerd vanuit de Patellofemoral Pain Retreat in Manchester (Crossley et al., 2016; Collins et al., 2018). Die statements vormen vandaag de dag de leidraad voor diagnose en behandeling.
De belangrijkste conclusies op een rij:
De Amerikaanse Clinical Practice Guidelines van JOSPT bevestigen dit beeld (Willy et al., 2019).
Eén van de belangrijkste inzichten van de laatste vijftien jaar is dat PFPS vaak niet in de knie zelf zit, maar bóven de knie. Zwakte van de heupabductoren en heupexorotatoren leidt tot een fenomeen dat dynamische knie-valgus heet: tijdens belasting valt de knie naar binnen, waardoor de patella mogelijk anders spoort (een verandering in patella-tracking).
Meerdere systematische reviews (Lack et al., 2015; Khayambashi et al., 2014) laten zien dat heupkrachttraining alleen al een meetbaar effect op pijn en functie geeft, vaak nog vóórdat de kniekracht meedoet. In de praktijk betekent dat: als jij PFPS hebt, horen heupoefeningen als basis in je schema thuis vanaf het begin.
Uit de literatuur komen telkens dezelfde voorspellers naar voren:
Geen enkele factor veroorzaakt PFPS op zichzelf. Het is bijna altijd een stapeling van een paar van bovenstaande, op een moment dat de belasting de belastbaarheid overstijgt.
Wij stellen PFPS klinisch vast, niet op de scan. De combinatie die we zoeken:
Beeldvorming voegt zelden iets toe. We doen het alleen bij verdenking op iets anders (trauma, peessletsel, intra-articulaire pathologie) of als de klachten ondanks goede begeleiding niet vooruitgaan.
Bij MBT werken we met een criteria-gestuurd protocol om het herstel stap voor stap op te bouwen, verdeeld over drie tot vier fases.
Belasting tijdelijk aanpassen: minder hardlopen, minder hurken, geen pijn boven de 3/10 tijdens oefenen. Isometrische quadriceps- en bilspier-aanspanningen, eenbenig staan voor de spiegel, glute bridges, side-lying clamshells en abductie. Patellataping kan in deze fase ruimte geven om pijnvrij te bewegen.
Squats, splitsquats, lunges, step-ups en hip thrusts, waarbij we de belastbaarheid rustig opbouwen. We werken hier expliciet aan controle: knie boven middenvoet, geen valgus. Voor de heup voegen we banded walks en single-leg bridges toe. De quadriceps werken we zwaar maar pijnbewust: 3 series van 6 tot 12 herhalingen, twee tot drie keer per week.
Plyometrie, sprong-land controle, eenbenige hops, en geleidelijke herintroductie van hardlopen of sport. Cadansaanpassing bij hardlopers kan hier helpen: een hogere cadans (5 tot 10% meer stappen per minuut) verlaagt de patellofemorale belasting per stap significant (Lenhart et al., 2014).
Volledige sportdeelname, met voortzetting van krachttraining minstens twee keer per week. PFPS heeft een vervelende neiging om terug te komen wanneer de krachttraining er ineens uitvliegt zodra het beter gaat.
Patellofemoraal pijnsyndroom is niet de meest spectaculaire knieblessure, maar wel een van de meest hardnekkige als je hem laat liggen. Goed nieuws: bijna iedereen komt er met gerichte oefentherapie volledig uit, vaak zonder dat er ooit een scan aan te pas hoeft te komen. Slecht nieuws voor wie hoopt op een pleister of een injectie: die bestaan niet. De knie wil belast worden, alleen wel binnen de balans tussen belasting en belastbaarheid die past bij de fase van herstel waarin je zit.
Bij Movement Based Therapy zien we PFPS dagelijks. We toetsen je heup- en kniekracht objectief, kijken naar je hardloop- of squattechniek en bouwen een traject op dat bij jouw sport past. Maak een afspraak op een van onze drie locaties als de pijn rond je knieschijf niet vanzelf wegtrekt.

Welke knieklachten zien we het meest en hoe pakken we ze aan bij MBT…

Traumatisch versus niet-traumatisch, wat de research zegt over chirurgie en hoe wij revalideren…

Wat de huidige wetenschap zegt over MTSS, hoe het zich onderscheidt van een stressfractuur en wat werkt…
Plan een intake op de locatie die jou het beste uitkomt. Heb je vragen over onze werkwijze? Neem contact op!