Knie

Knieklachten bij kinderen en pubers: groeipijn, Osgood-Schlatter of iets anders?

Door Jurre Kok, fysiotherapeut · 7 juli 2026 · 6 min lezen · Categorie: Knie

Jonge sporter doet een split squat als oefening bij knieklachten

Kniepijn bij sportende kinderen en pubers heeft meestal een andere oorzaak dan bij volwassenen. Tijdens de groei zijn de groeischijven en peesaanhechtingen tijdelijk de zwakste plek rond de knie, en juist daar ontstaan de meeste klachten. Hieronder lees je welke knieklachten bij kinderen het meest voorkomen, hoe je ze herkent en wanneer het verstandig is om er een fysiotherapeut naar te laten kijken.

Waarom kinderknieën andere klachten geven

Anatomisch model van het kniegewricht met banden en meniscus
Rond de knie zitten meerdere groei-gevoelige aanhechtingen, precies de plekken waar bij kinderen de klachten ontstaan.

Bij een kind dat groeit, is het bot op sommige plekken nog niet volgroeid. Rond de knie zitten groeischijven en apofysen: de plekken waar pezen aan het nog zachte bot vastzitten. Zolang die open zijn, verdragen ze de trekkracht van een pees minder goed dan de volgroeide pees en bot van een volwassene.

Tijdens een groeispurt komt daar iets bij. Botten worden langer, terwijl spieren en pezen die lengte met vertraging volgen. De spanning op de peesaanhechting neemt daardoor tijdelijk toe. Als in diezelfde periode ook het trainingsvolume stijgt, bijvoorbeeld een kind dat van één naar drie keer per week voetbalt, dan verschuift de balans tussen belasting en belastbaarheid snel. De belasting loopt op, terwijl de belastbaarheid door de groei juist even kwetsbaarder is. Dat is de kern van de meeste kinderknieklachten. Hetzelfde mechanisme kan ook elders spelen: bij de hiel heet dat de ziekte van Sever.

Osgood-Schlatter: pijn onder de knieschijf

De bekendste is de ziekte van Osgood-Schlatter: pijn en soms een voelbare bult net onder de knieschijf, op de plek waar de kniepees aan het scheenbeen vastzit. Neuhaus et al. (2021) vonden dat tot 10% van de adolescenten er in enige mate mee te maken heeft. De pijn speelt vooral op bij springen, sprinten en traplopen, en zakt met rust weer af.

Het goede nieuws: het is in de meeste gevallen zelflimiterend en gaat over zodra de groeischijf sluit. Ladenhauf et al. (2020) rapporteren dat meer dan 90% van de kinderen herstelt met een conservatieve aanpak, dus zonder operatie. Volledige sportstop is daarbij zelden nodig. We passen de belasting aan op geleide van de klachten en werken aan de kracht en lengte van de bovenbeenspieren, die in het onderzoek als factoren naar voren komen. Meer hierover lees je in ons artikel over groeipijn aan de knie.

Sinding-Larsen-Johansson: de onderkant van de knieschijf

Een minder bekende variant met hetzelfde mechanisme is Sinding-Larsen-Johansson. Hier zit de gevoelige plek niet op het scheenbeen, maar aan de onderpunt van de knieschijf zelf. Ook dit is een overbelasting van een groei-gevoelige aanhechting, en ook hier geldt dat het meestal vanzelf overgaat wanneer de groei is voltooid. De aanpak lijkt sterk op die bij Osgood-Schlatter: belasting doseren op geleide van pijn en de belastbaarheid van het bovenbeen geleidelijk opbouwen.

Patellofemorale pijn bij pubers

Niet elke kniepijn zit op een aanhechting. Diffuse pijn rond of achter de knieschijf, die opspeelt bij traplopen, hurken of lang zitten, past bij patellofemorale pijn. Dit komt op deze leeftijd vaker voor dan veel ouders denken: Smith et al. (2018) rapporteren bij adolescenten een puntprevalentie rond de 7%, en bij meisjes die op wedstrijdniveau sporten zelfs rond de 23%.

De knieschijf is hierbij zelden de eigenlijke oorzaak. Vaak spelen kracht en coördinatie van heup en bovenbeen een rol, waardoor de knieschijf mogelijk anders spoort onder belasting (Neal et al., 2019). Daarom horen heupoefeningen bij deze klachten als basis in het schema thuis vanaf het begin, niet pas in de eindfase. Meer over dit beeld staat in ons artikel over patellofemoraal pijnsyndroom.

Wanneer is het iets anders?

De meeste groei-gerelateerde knieklachten zijn onschuldig en goed te begeleiden. Er zijn wel signalen die om nader onderzoek vragen: pijn die 's nachts wakker maakt, een knie die opzwelt zonder duidelijke aanleiding, het gevoel dat de knie op slot schiet of wegzakt, of pijn die aanhoudt in rust. Ook een acuut moment met veel pijn en zwelling, bijvoorbeeld na een verdraaiing tijdens het sporten, hoort beoordeeld te worden; in dat geval kan er sprake zijn van een letsel zoals een meniscusscheur. Bij deze signalen is het verstandig om niet af te wachten, maar de knie te laten bekijken.

Doorsporten of rust?

Jonge sporter bouwt kracht op onder begeleiding in de sportruimte
Gedoseerde krachttraining bouwt de belastbaarheid van de knie op, in plaats van de belasting volledig weg te nemen.

De vraag die ouders het vaakst stellen: moet mijn kind stoppen met sporten? Bij de meeste groei-gerelateerde klachten is het antwoord nee. Volledige rust neemt de prikkel weg, maar bouwt ook niets op, en zodra het kind weer begint komt de klacht vaak terug. Effectiever is om het trainingsvolume te gebruiken als knop om aan te draaien: de hoeveelheid, niet per se de sport zelf.

Krachttraining is daarbij veilig en zinvol, mits goed gedoseerd; we schreven eerder waarom krachttraining voor kinderen juist helpt. Zo houdt een kind plezier in bewegen en bouwen we tegelijk aan de belastbaarheid, gericht op een duurzaam herstel en volledig sport-herstel. Wij brengen tijdens de intake in kaart welke stressoren meespelen, van groeifase tot trainingsschema, en stellen daar een opbouw op af die past bij de fase waarin het kind zit.

Tot slot

Kniepijn bij een groeiend kind is meestal geen reden tot zorg, maar wel een signaal dat de balans tussen belasting en belastbaarheid even aandacht nodig heeft. Herken je het beeld en houden de klachten aan, dan kijken we er graag naar en helpen we je kind verantwoord door te bouwen.

Bronnen

  • Ladenhauf, H. N., Seitlinger, G., & Green, D. W. (2020). Osgood-Schlatter disease: a 2020 update of a common knee condition in children. Current Opinion in Pediatrics, 32(1), 107–112. https://doi.org/10.1097/MOP.0000000000000842
  • Neal, B. S., Lack, S. D., Lankhorst, N. E., Raye, A., Morrissey, D., & van Middelkoop, M. (2019). Risk factors for patellofemoral pain: a systematic review and meta-analysis. British Journal of Sports Medicine, 53(5), 270–281. https://doi.org/10.1136/bjsports-2017-098890
  • Neuhaus, C., Appenzeller-Herzog, C., & Faude, O. (2021). A systematic review on conservative treatment options for Osgood-Schlatter disease. Physical Therapy in Sport, 49, 178–187. https://doi.org/10.1016/j.ptsp.2021.03.002
  • Smith, B. E., Selfe, J., Thacker, D., Hendrick, P., Bateman, M., Moffatt, F., Rathleff, M. S., Smith, T. O., & Logan, P. (2018). Incidence and prevalence of patellofemoral pain: A systematic review and meta-analysis. PLoS ONE, 13(1), e0190892. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0190892
MEER LEZEN

Lees ook deze artikelen

Get moved.

Plan een intake op de locatie die jou het beste uitkomt. Heb je vragen over onze werkwijze? Neem contact op!