Heup

Totale heupprothese: revalidatie, classificaties en concrete tips

Categorie: Heup · door het team van Movement Based Therapy.

Revalidatie na een totale heupprothese bij Movement Based Therapy

Een nieuwe heup krijg je niet zomaar. In Nederland worden er jaarlijks rond de 33.000 totale heupprothesen geplaatst, en dat aantal blijft stijgen door een ouder wordende bevolking en hogere verwachtingen van wat een lichaam moet kunnen leveren (LROI, 2023). De operatie zelf is technisch ver. Het werk dat daarna komt, vraagt veel meer geduld dan de meeste mensen vooraf inschatten. Hieronder wat een totale heupprothese precies is, welke classificaties ertoe doen voor jouw revalidatie, hoe het traject eruitziet en wat je zelf kunt doen om er sterker uit te komen dan je voor de operatie was.

Wat is een totale heupprothese?

Anatomie van het heupgewricht

Bij een totale heupprothese (THP) vervangt de orthopeed zowel de gewrichtskop van het bovenbeen als de kom in het bekken door kunstdelen. De kop is meestal van keramiek of metaal, de kom van een titanium-shell met een kunststof of keramische binnenkant. Dat onderscheidt zich van een hemiprothese, waarbij alleen de kop vervangen wordt, vooral gebruikt na een heupfractuur bij oudere patiënten.

De meest voorkomende reden voor een THP is artrose: zo'n 90% van de ingrepen wordt daarvoor gedaan. Andere indicaties zijn reuma, een doorgemaakte heupfractuur met kopnecrose en aangeboren afwijkingen zoals heupdysplasie (LROI, 2023).

Hoe wordt de operatie gedaan?

De orthopeed kan via drie hoofdroutes bij je heup komen.

  • Anterior (vooraan). Tussen de spieren door, geen spieren worden doorgesneden. Gemiddeld iets sneller mobiel in de eerste weken (Miller et al., 2018).
  • Lateraal (zijkant). Door de bilspieren heen. Stabiel resultaat, maar de bilspieren hebben meer hersteltijd nodig.
  • Posterior (achter). Wereldwijd het meest gebruikt. Goed zicht voor de chirurg, sneller te leren, met iets verhoogd risico op luxatie in de eerste weken.

Na een jaar zijn de verschillen tussen de routes in functie en pijn klein (Miller et al., 2018). De keuze hangt vaak af van wat jouw orthopeed het beste beheerst, niet van wat objectief beter is. Het materiaal van het implantaat kan gecementeerd of ongecementeerd zijn. Bij jongere, actieve patiënten kiezen orthopeden meestal voor ongecementeerd (botingroei), bij oudere patiënten met zachter bot soms gecementeerd. Beide opties hebben uitstekende overlevingscurves: na 15 jaar zit 90 tot 95% nog op zijn plek (LROI, 2023).

Classificaties die ertoe doen voor jouw revalidatie

Er zijn een paar classificatiesystemen die je prognose en de aanpak sturen. Niet leuk om door te lezen, maar het scheelt veel teleurstelling als je weet welke groep jij vertegenwoordigt.

Charnley-classificatie. Een oude maar nog steeds gebruikte indeling die kijkt naar hoeveel andere gewrichten en klachten meedoen.

  • Klasse A: alleen één heup, verder gezond. Snelste herstel, hoogste eindniveau.
  • Klasse B: beide heupen aangedaan. Iets langer herstel, vaak een tweede operatie in zicht.
  • Klasse C: andere klachten die het lopen beperken (knie, rug, hart, longen). Herstel verloopt trager en het eindpunt is lager.

Deze classificatie wordt onderschat in de revalidatie. Een Klasse C-patiënt hoort niet hetzelfde tijdpad te volgen als een Klasse A. Bij MBT passen we de doelen daar op aan.

Crowe-classificatie. Voor patiënten die geopereerd worden vanwege heupdysplasie (een van jongs af aan ondiepe heupkom). Crowe I tot IV beschrijft hoe ver de heupkop boven de oorspronkelijke kom is "geklommen". Hoe hoger de classificatie, hoe complexer de operatie en hoe meer aandacht in de revalidatie naar beenlengteverschillen, zenuwrek en bekkenkanteling.

ASA-classificatie. De anesthesist scoort je algehele gezondheid op een schaal van 1 (gezond) tot 5 (kritisch). ASA 1 en 2 zijn de patiënten die het beste passen bij een fast-track traject. Bij ASA 3 en 4 verloopt het ziekenhuistraject en het herstel anders, met meer aandacht voor cardiopulmonale belasting.

Functionele uitkomstmaten. Geen classificaties, maar wel waarmee we voortgang meten:

  • HOOS (Hip Disability and Osteoarthritis Outcome Score), de internationale standaard met 5 subschalen.
  • Oxford Hip Score, twaalf vragen, simpel en gevalideerd.
  • HHS (Harris Hip Score), gecombineerd met klinisch onderzoek.

Wij scoren bij intake, na 6 weken, na 3 maanden en na 6 maanden. Zo zie je zwart op wit wat er gebeurt, ook als het in een week even tegenvalt.

Wat zegt de research over revalidatie?

Drie inzichten die de manier waarop wij werken hebben veranderd.

Fast-track is de standaard, geen luxe. De Deense protocollen van Husted en Kehlet hebben de gemiddelde ziekenhuisopname teruggebracht van 8 dagen naar 1 tot 2 dagen, zonder verlies in veiligheid (Husted, 2012). Sneller mobiliseren, minder bedrust, minder opiaten. De boodschap: bewegen vanaf dag 1.

Krachtdeficit blijft jaren bestaan. Twee jaar na de operatie heeft het geopereerde been gemiddeld nog 15 tot 20% minder quadriceps-kracht dan de andere kant (Judd et al., 2014). Als je revalidatie stopt bij "ik kan weer wandelen", betaal je daar de rekening voor in de jaren erna. Het verklaart ook waarom mensen na een heupprothese een hoger valrisico houden.

Progressieve krachttraining werkt, ook bij ouderen. Reviews en RCT's laten zien dat krachttraining na een THP zwaar genoeg mag zijn om écht overload te geven, zelfs bij 75-plussers (Bandholm & Kehlet, 2012). Lichte fietsoefeningen en isometrische sets zijn niet genoeg. We moeten naar belasting toe die het systeem prikkelt om sterker te worden.

Prehabilitation: nut bestaat, effect is bescheiden. Trainen vóór de operatie geeft meetbaar betere functie in de eerste weken erna, maar de verschillen worden kleiner na 3 tot 6 maanden (Wallis & Taylor, 2011). Onze conclusie: prehabilitation is zinvol als het kan, maar geen randvoorwaarde.

Het revalidatietraject in vier fases

Bij MBT werken we met een criteria-gestuurd traject. Tijdspaden zijn richtlijnen, geen wetten. Wat telt is wat je kunt, niet wat de kalender zegt.

Fase 1: 0 tot 2 weken (acute fase). Doel: pijn en zwelling onder controle, mobiliseren met krukken, basismobiliteit in bed en op de trap. We werken in deze fase voornamelijk aan:

  • enkel- en kuitpompen voor de circulatie
  • isometrische gluteus- en quadriceps-aanspanningen
  • abductie in zijligging zonder weerstand
  • transfers (in en uit bed, in en uit een stoel)
  • traplopen met krukken

Bij een posteriore benadering houden we de eerste 6 weken de klassieke voorzorgen aan: geen heupflexie boven 90°, geen kruislings zitten, geen endorotatie voorbij de neutraal. Bij anteriore en laterale benaderingen zijn die restricties meestal minder strikt. Volg het advies van je orthopeed.

Fase 2: 2 tot 6 weken (mobilisatie en gangbeeld). Doel: zonder krukken normaal lopen, volledige strekking, minimaal 90° flexie. We bouwen op naar:

  • single leg balance progressies
  • mini squats en heupgescharnierde bewegingen
  • gluteus medius-werk (clamshells, side-lying abductie met weerstand)
  • step-ups op een lage opstap
  • fietsen op de hometrainer zodra de heup voldoende buigt

In deze fase scoren we de eerste HOOS opnieuw en passen we het tempo aan op basis van wat we zien.

Fase 3: 6 weken tot 3 maanden (krachtopbouw). Doel: kracht terugbrengen. We trainen in deze fase serieus in de zaal:

  • squats met progressieve belasting
  • hip thrusts en bridges met weerstand
  • splitsquats en lunges
  • step-ups op hogere opstappen
  • deadlift-varianten als de heup het toelaat

Aan het eind van deze fase willen we het verschil in eenbenige beenkracht tussen links en rechts onder de 20% hebben.

Fase 4: 3 tot 6 maanden (terug naar wat je leuk vindt). Doel: terug naar wandelen op langere afstanden, fietsen, zwemmen, krachttraining, en bij sportieve patiënten richting tennis, golf, hardlopen of skiën. We toetsen aan het eind:

  • HOOS en Oxford voor de laatste keer
  • eenbenige squat met LSI boven 85%
  • 6-minuten wandeltest of een vergelijkbaar uithoudingsmoment

Niet iedereen rent na een THP. Maar bijna iedereen kan meer dan ze vooraf zelf inschatten.

Concrete tips voor wie net een THP heeft of binnenkort krijgt

Een paar dingen die we in de praktijk telkens terugzien.

  • Begin met trainen vóór de operatie als de pijn dat toelaat. Eén tot twee keer per week kracht voor de bilspieren en quadriceps maakt het herstel meetbaar makkelijker in de eerste weken.
  • Onderschat de gluteus medius niet. Een zwakke gluteus medius is de meest hardnekkige restklacht. Mensen lopen daardoor met een "Trendelenburg-zakking" zonder het zelf te merken. Vraag iemand of je geopereerde heup zakt bij iedere stap.
  • Slik je pijnstilling slim. In de eerste 1 tot 2 weken: liever op tijd dan op gevoel. Pijn die wegglijdt, laat je vrij bewegen. Pijn die opbouwt, beperkt je en remt het herstel.
  • Een dipje rond 6 weken is heel normaal. De energie die je in de eerste weken op adrenaline opbouwt, zakt vaak in als je weer aan het werk gaat. Geen achteruitgang, je systeem zoekt zijn echte tempo.
  • Wandel op gevarieerde ondergrond, niet alleen op vlak terrein. Stoepranden, lichte hellingen, ongelijke ondergrond. Dat traint je heup veel breder dan een uur kuieren op één rechte route.
  • Zoek het op met krachttraining. Onder begeleiding mag je veel zwaarder trainen dan je zelf denkt. Een squat met 40 kg op de stang is voor de meeste 65-plussers prima haalbaar en geeft veel betere herstel-beïnvloedende adaptaties dan een lichte fietssessie. Precies de adaptaties die je nodig hebt voor een future proof heup.
  • Vraag wanneer je weer mag slapen op je geopereerde zijde. Veel mensen blijven uit angst op één kant slapen. Bij de meeste protocollen mag dat na 6 weken weer.

Wanneer terug naar de fysio?

Slaat het herstel vast, neemt de pijn juist toe na een paar goede weken, of merk je dat je een been blijft sparen zonder dat je beter wordt? Dat is het moment om te kijken wat eronder ligt. Met een gerichte beweegscreening, krachtmeting en gangbeeld-analyse maken we zichtbaar waar het haakt.

Bij Movement Based Therapy zien we wekelijks patiënten in alle fases van een heupprothese-revalidatie. Op onze locaties in Houthavens, NDSM en Oostenburg combineren we de zaal-training met handvaardig onderzoek en objectieve metingen. Wil je een keer komen kijken? Neem contact op of maak direct een afspraak.

Bronnen

  • Bandholm, T., & Kehlet, H. (2012). Physiotherapy exercise after fast-track total hip and knee arthroplasty: Time for reconsideration? Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 93(7), 1292-1294.
  • Husted, H. (2012). Fast-track hip and knee arthroplasty: Clinical and organizational aspects. Acta Orthopaedica Supplementum, 83(346), 1-39.
  • Judd, D. L., Dennis, D. A., Thomas, A. C., Wolfe, P., Dayton, M. R., & Stevens-Lapsley, J. E. (2014). Muscle strength and functional recovery during the first year after THA. Clinical Orthopaedics and Related Research, 472(2), 654-664.
  • LROI (Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten). (2023). Annual Report. Nederlandse Orthopaedische Vereniging.
  • Miller, L. E., Gondusky, J. S., Bhattacharyya, S., Kamath, A. F., Boettner, F., & Wright, J. (2018). Does surgical approach affect outcomes in total hip arthroplasty? A systematic review and meta-analysis. International Orthopaedics, 42(10), 2329-2342.
  • Wallis, J. A., & Taylor, N. F. (2011). Pre-operative interventions for patients with hip or knee osteoarthritis awaiting joint replacement surgery: A systematic review. Osteoarthritis and Cartilage, 19(12), 1381-1395.
MEER LEZEN

Lees ook deze artikelen

Get moved.

Plan een intake op de locatie die jou het beste uitkomt. Heb je vragen over onze werkwijze? Neem contact op!