Categorie: Bot · door het team van Movement Based Therapy.

Een bone stress injury (BSI) ontstaat wanneer botweefsel niet meer in staat is om herhaalde belasting te weerstaan. Het bot raakt structureel vermoeid. Het duurt ongeveer drie weken voordat bot daadwerkelijk verzwakt na een piek in belasting. Bij klachten kijken we daarom altijd minstens drie weken terug om te achterhalen welke veranderingen in training of belasting de aanleiding kunnen zijn geweest.
Binnen botbelastingsletsels maken we onderscheid tussen twee stadia. Een stressreactie kenmerkt zich door oedeem (zwelling) in het periost, het dunne weefsellaagje rondom het bot, of in het beenmerg. Dit is een waarschuwingssignaal. Bij een stressfractuur is er sprake van zichtbare sclerose of een daadwerkelijke fractuurlijn op beeldvorming. Hoe eerder we dit onderscheid maken, hoe sneller het herstel.
Er zijn een aantal momenten en omstandigheden die het risico op een BSI verhogen. De pre-season is een kritieke periode. Na een relatieve rustfase in het off-season neemt de belasting vaak snel toe. We adviseren daarom om de trainingsbelasting in het off-season geleidelijk af te bouwen en na de vakantie weer geleidelijk op te bouwen, in plaats van abrupt te stoppen en te starten.
Daarnaast is een eerder doorgemaakt botbelastingsletsel een van de sterkste risicofactoren voor een nieuw letsel. Dat maakt goede preventie en nazorg extra belangrijk.
De oorzaak van een BSI is zelden enkelvoudig. We kijken altijd naar het hele plaatje.
Belasting en training vormen de meest voor de hand liggende factor. Maar het gaat niet alleen om volume. Een verandering in trainingstype, ondergrond, schoeisel of het toevoegen van krachttraining aan een trainingsblok kan al genoeg zijn om het bot te overbelasten. Een veelvoorkomend voorbeeld is de overgang van cross-country naar baanseizoen, waarbij schoenen, looptechniek en snelheid allemaal veranderen.
Vergelijk het met school: je kunt niet eindeloos vakken blijven toevoegen zonder dat het te veel wordt. Hetzelfde geldt voor belasting op je botten. Je kunt niet eindeloos stapelen.
Skeletale eigenschappen spelen ook een rol. Factoren als botdichtheid, botgeometrie en lichaamsbouw beïnvloeden hoe goed iemand belasting verdraagt.
Energiebeschikbaarheid is een vaak onderschat onderwerp. Bij vrouwelijke atleten vragen we altijd naar de menstruatiecyclus: het uitblijven van de menstruatie is een belangrijke rode vlag. Maag-darmklachten en veranderingen in eetpatroon zijn eveneens relevante signalen. Het bredere plaatje hierachter heet RED-S (Relative Energy Deficiency in Sport), een toestand waarbij de energie-inname structureel te laag is ten opzichte van het energieverbruik. Dit tast onder andere de botgezondheid aan en is lastig te herstellen als het eenmaal ver is gevorderd.
Bij mannelijke atleten kan verminderde ochtenderectie een teken zijn van lage testosteronspiegels, wat eveneens verband houdt met verminderde botgezondheid.
Als fysiotherapeuten zijn we vaak het eerste aanspreekpunt voor geblesseerde sporters. We durven daarom de ongemakkelijke vragen te stellen: over voeding, energiebalans, menstruatie en herstel. Dat hoort bij goede zorg.
Het gesprek met de patiënt is het startpunt. We denken actief aan botpathologie en stellen gerichte vragen over trainingsgeschiedenis. Wat is er veranderd? Niet alleen in volume, maar ook in intensiteit, type training, ondergrond of schoeisel.
Een belangrijk gegeven: botbelastingsletsels ontstaan niet zonder belasting. Als iemand pijn ervaart zonder dat er sprake is van (herhaalde) belasting, is de kans op een BSI klein. Daarnaast geldt: hoe hoger in het been de klacht zit, hoe lastiger de diagnose. Hardlopers krijgen zelden een echte hip flexor strain, bij pijn in de heup of het bovenbeen moeten we dus scherp zijn.
Bij het lichamelijk onderzoek letten we op een aantal kenmerken.
Palpatie is de eerste stap. Lokale botgevoeligheid, soms zeer gelocaliseerd, is een belangrijk teken. We voeren daarnaast een hoptest uit, waarbij we opbouwen van dubbelbeen naar enkelbeen, voorwaarts en zijwaarts. Deze test is niet 100% sensitief; vooral in het begin van een belastingsperiode kan de pijn afwezig zijn, maar het blijft een waardevol klinisch instrument.
De fulcrumtest is specifiek voor het femur: we brengen een buigkracht aan op het bot om te beoordelen of dit pijn provoceert. Voor de calcaneus gebruiken we de squeeze test.
Het kardinale teken van een BSI is gelokaliseerde botpijn die toeneemt met belasting en die niet "warm loopt." Dit onderscheidt het van veel weke-delenklachten.
We vragen alleen beeldvorming aan als het ons beleid verandert. Denk aan situaties waarin we de ernst willen inschatten, de prognose willen bepalen of als het letsel zich op een hoog-risicolocatie bevindt (zoals de heup of het naviculare). Bij verdenking op een hoog-risico BSI gaan we direct naar een MRI. In andere gevallen starten we met drie weken conservatief beleid en herhalen we daarna eventueel een röntgenfoto.
De Fredericson-classificatie (graad 1 tot 4) helpt bij het inschatten van de ernst op basis van MRI-bevindingen.
Let op: bij onverklaarbare botpijn met zwelling moet altijd aan ernstigere pathologie worden gedacht, zoals osteosarcoom. Dit is zeldzaam, maar alertheid is geboden.
De behandeling van een BSI is symptoomgestuurd. Het doel in de eerste fase is pijnvrij functioneren in het dagelijks leven. Hoe sneller we iemand uit een eventuele loopboot kunnen halen, hoe beter, langdurige immobilisatie brengt eigen problemen met zich mee, zoals beenverschillen en spierverlies.
Ontlasten is het eerste en belangrijkste pijnstillende middel. Goede slaap is essentieel voor botherstel. NSAID's (zoals ibuprofen) mogen worden gebruikt bij nachtpijn of rustpijn, maar zodra deze pijn verdwijnt, stoppen we ermee. NSAID's kunnen namelijk de botgenezing remmen.
Stilzitten is geen optie. We zoeken altijd naar manieren om de fitheid te behouden zonder het bot te belasten:
Spiermassa behouden is niet alleen belangrijk voor de algehele conditie, sterke spieren beschermen het bot tegen toekomstige overbelasting.
Zelfs tijdens de ontlastingsfase kunnen we actief werken aan kracht en stabiliteit: zijwaartse planken op de knieën (eventueel met weerstandsbanden), beenheffers en het trainen van het niet-geblesseerde been, bekkenoefeningen zoals single leg hip bridges, quadruped-oefeningen, en mobiliteitswerk voor de voet, met name dorsaalflexie. Een tekort hieraan leidt tot meer belasting op de metatarsalen.
Bij een metatarsaal botbelastingsletsel schakelen de omliggende spieren vaak uit. Gerichte reactivatie is dan onderdeel van het behandelplan.
Hardlopen hervatten mag pas als iemand vijf dagen pijnvrij kan wandelen. Pijn is de belangrijkste indicator voor progressie: pijn tijdens, na of de ochtend na het hardlopen betekent dat de belasting te hoog is.
We bouwen op met alternerende dagen en werken toe naar dertig minuten aaneengesloten hardlopen. Daarbij geldt: eerst duur opbouwen, dan pas intensiteit.
Een bewezen opbouwprotocol voor de kuit en het bot: begin met 10 calf raises elke 3 uur, bouw op naar dubbele hoeveelheid, dan single leg calf raises, vervolgens dubbelbeens hoppen, en tot slot enkelbeens hoppen. Wanneer het hardlopen wordt toegevoegd, bouwen we het hopprogramma juist af. We zorgen ervoor dat de atleet ook buiten de geblesseerde sport actief is, voordat we de sportspecifieke belasting opschroeven.
Wees je bewust van fantoompijn: doordat de atleet voortdurend gefocust is op de pijnlocatie, kunnen restklachten deels een centraal gesensitiseerd karakter krijgen.
De grootste belasting op het bot komt niet alleen van impact, maar ook van spierkrachten. Dat geeft ons meerdere aangrijpingspunten om op in te zetten.
Bouw volume op vóór intensiteit. In hardlooptraining geldt: wanneer je de intensiteit verhoogt, verlaag je het volume. En wees alert op verborgen belastingspieken, zoals heuvels in een "rustige" trainingsweek.
Cadans optimaliseren. Een hogere loopcadans vermindert de remkrachten en de overstridebelasting. Onderzoek laat zien dat elke stap verhoging in cadans een circa 5% lager risico op een BSI oplevert.
Schoeiselkeuze. Veranderingen in schoeisel, bijvoorbeeld de overstap naar minimalistische schoenen, moeten zeer geleidelijk worden doorgevoerd, idealiter over een periode van minstens twaalf maanden.
Zachter lopen. Het aanpassen van de looptechniek naar een "zachtere" landing kan de botbelasting significant verminderen.
Voeding is de basis. De energiebehoefte verandert mee met de trainingsfase. Van off-season naar pre-season en van pre-season naar wedstrijdseizoen stijgt de caloriebehoefte. Een eiwitshake alleen is niet voldoende, het gaat om de totale calorie-inname. Vooral bij een lage BMI of veranderende trainingsbelasting is aandacht voor voedingsinname belangrijk.
Stressfracturen zijn complexe blessures die vragen om een brede blik. Het gaat niet alleen om hoeveel iemand traint, maar ook om hoe, op welke ondergrond, met welk schoeisel, en of de energiebalans op orde is. Als sportfysiotherapeuten bij MBT kijken we altijd naar het volledige plaatje: van trainingsopbouw en biomechanica tot voeding, herstel en mentale belasting. Hoe eerder je de signalen herkent, hoe sneller het herstel en hoe kleiner de kans op herhaling.
Heb je klachten die passen bij een botbelastingsletsel, of wil je advies over belastingopbouw in je sport? Neem contact op met Movement Based Therapy.

Krachttraining en CrossFit zijn uitdagende en intensieve sporten die veel mobiliteit en kracht van de polsen vragen. Veel oefening…

Een persoonlijke ervaring van iemand uit de praktijk. Als bijdrage aan haar herstel en kennis over wat overtraining nou precies in…

Welke rol speelt voeding bij blessures? Heel veel sportblessures worden medisch behandeld, in veel gevallen door een fysiotherapeu…
Plan een intake op de locatie die jou het beste uitkomt. Heb je vragen over onze werkwijze? Neem contact op!