Categorie: Revalidatie · door het team van Movement Based Therapy.

Het zijn vaak dezelfde verhalen die we in de praktijk horen. Een vroege sprint in de zaalvoetbalavond. Een snelle versnelling op de gracht achter de tram aan. Een sliding op het hockeyveld in de laatste minuut. En dan dat moment: een knal, een steek, en ineens is je been niet meer van jou. Spierrupturen zijn een van de meest voorkomende sportblessures, en tegelijk een van de blessures die het vaakst terugkomen, juist omdat mensen te vroeg op te weinig informatie weer beginnen.
Goed nieuws: de wetenschap rond spierletsel is de laatste tien jaar flink opgeschoven. We weten beter hoe rupturen ontstaan, hoe we ze indelen en, het allerbelangrijkst, hoe we ze opbouwen tot je weer mag sprinten zonder dat je het in je achterhoofd voelt zitten.
Een spierruptuur is een scheur in het spierweefsel, in het bindweefsel rondom de spier, of in de overgang naar de pees. Hoe groter het aantal vezels dat het begeeft, hoe groter de scheur, en hoe meer functieverlies. De meeste sportgerelateerde rupturen zijn indirect: ze ontstaan zonder direct contact, door een te grote kracht in een te kwetsbare positie. Direct trauma (een schop, een stoot) levert meestal een kneuzing op, geen scheur, al kan het bij voldoende impact ook leiden tot vezelschade.
Het mechanisme achter de meeste rupturen is excentrische overbelasting. Dat betekent: de spier wordt op rek aangespannen. Denk aan het moment vlak voor je voet de grond raakt tijdens een sprint, wanneer je hamstring rem moet geven op je onderbeen dat naar voren slingert. Of het moment dat je kuit een afzet moet plaatsen terwijl je enkel in dorsiflexie staat. Excentrische krachten zijn enorm en pieken vaak in fracties van een seconde.
De usual suspects van spierrupturen zijn ook hier vrij consistent:
Onderzoek wijst dezelfde risicofactoren steeds opnieuw aan: eerdere spierrupturen (verreweg de sterkste voorspeller), leeftijd, vermoeidheid laat in de wedstrijd, een snelle toename van sprintvolume, verminderde excentrische kracht en korte hamstring-lengte (Green et al., 2020). Wie ooit een hamstring heeft gescheurd en daarna onvolledig hersteld terug is, heeft tot 30% kans op een recidief binnen twee maanden (Liu et al., 2012). Dat is geen pech, dat is een revalidatie die te vroeg is afgesloten.
Waarschijnlijk ken je het oude systeem: graad I (lichte vezelschade), graad II (gedeeltelijke ruptuur), graad III (volledige ruptuur). Het klinkt overzichtelijk, en daarom blijft het in de spreekkamer bestaan. Maar de praktijk laat zien dat dit systeem weinig zegt over hoe lang iemand uit de roulatie is. Een 'graad II' hamstring kan na drie weken weer sprinten of pas na twaalf weken, afhankelijk van de exacte locatie van de scheur. Daarom hebben onderzoekers de afgelopen jaren preciezere systemen ontwikkeld.
Drie classificaties komen vandaag de dag terug in de internationale literatuur. Ze sluiten elkaar niet uit, ze vullen elkaar aan.
Dit was de eerste poging om onderscheid te maken tussen functioneel spierletsel (zonder structurele schade) en structureel letsel (met vezelschade). Type 1 staat voor vermoeidheidsgerelateerde klachten of DOMS-achtige symptomen. Type 2 voor neuromusculaire problemen. Type 3 voor partiële rupturen, opgedeeld in minor (3A) en moderate (3B). Type 4 is een volledige ruptuur of avulsie. Het nut: niet elke pijnlijke spier is gescheurd, en de helft van de 'kleine spierblessures' op het veld is technisch geen ruptuur.
Dit is het systeem dat we in de sportfysiotherapie het vaakst gebruiken. Het is gebaseerd op MRI en combineert een graad (0 tot 4) met een letter (a, b of c) voor de anatomische locatie van het letsel:
De letter is bijna belangrijker dan het cijfer. Een 2b-letsel geneest vlotter dan een 2c-letsel, ook al lijkt de scheur op het oog vergelijkbaar. Intratendineuze letsels (c) doen er gemiddeld twee tot drie keer zo lang over en kennen een hogere kans op recidief (Patel et al., 2015).
Een Catalaans systeem dat probeert het hele plaatje te vatten: Mechanisme, Locatie, Graad en Recidief (vandaar MLG-R). Het wordt vooral gebruikt in topvoetbal en is nuttig omdat het de eerdere blessuregeschiedenis expliciet meeneemt in de inschatting van prognose en aanpak.
Wat al deze systemen gemeen hebben: ze accepteren dat 'spierruptuur' geen enkelvoudige diagnose is. Waar de scheur zit, waarom hij is ontstaan en hoe vaak hij eerder is opgetreden, bepalen samen hoe je terugkomt. Vraag bij echografisch of MRI-onderzoek dus expliciet naar de BAMIC-classificatie. Dat geeft een veel preciezer beeld dan 'graad twee hamstring'.
Het oude RICE-advies (Rest, Ice, Compression, Elevation) is grotendeels vervangen door POLICE: Protection, Optimal Loading, Ice, Compression, Elevation (Bleakley et al., 2012). Het verschil zit in dat woord 'Optimal Loading'. Een spier die volledig stilstaat herstelt slechter dan een spier die binnen pijngrenzen wordt aangezet. Dat betekent niet meteen weer sprinten. Het betekent: zo snel mogelijk weer normaal lopen, zachte isometrische aanspanningen, en zodra mogelijk lichte beweging met weinig belasting.
IJs gebruiken we kort (10 tot 15 minuten) in de eerste 24 tot 48 uur, vooral voor pijnverlichting. Lang en vaak ijzen vertraagt het ontstekingsproces dat juist nodig is voor herstel.
Niet elke pijnlijke spier hoeft op de scan. We verwijzen wanneer:
De echo is een prima eerste stap voor oppervlakkige spieren (kuit, adductoren). Voor de hamstring of voor verdenking op een intratendineus letsel is MRI nauwkeuriger.
De rode draad in een goede revalidatie van spierletsel: criteria-gestuurd, geen kalender. Niet 'na zes weken weer voetballen', maar 'als je 100% sprintkracht hebt zonder pijn, weer voetballen'. We werken doorgaans in vier fases.
Pijnvrij lopen, zwelling laten zakken, isometrische aanspanningen van de spier in een veilige hoek. Voor de hamstring zijn dat bijvoorbeeld bridges met de hak op een verhoging, voor de kuit isometrische calf raises met dubbel been. Doel: voorkomen dat de spier in een 'spierdoodstand' belandt.
Concentrisch én excentrisch werken, langzaam zwaarder. Romanian deadlifts voor de hamstring, single-leg calf raises voor de kuit, Copenhagen plank-progressies voor de adductoren. We werken zo veel mogelijk op volledige spierlengte, want daar zit de bottleneck van een herstellend spierletsel.
Pas wanneer kracht door volledige range pijnvrij is, voegen we snelheid toe. Hier komen plyometrie en jogging-progressies om de hoek. Pogo-hops, A-skips, hardloopopbouw met intervallen. Dit is de fase waarin de meeste sporters fouten maken, omdat ze zich goed voelen en doorpakken voordat de spier echt klaar is voor maximale belasting.
Sprintopbouw vanaf 50%, naar 75%, naar 100%, met richtingsveranderingen, vermoeidheidsdrills en spelsituaties. Voor de hamstring gebruiken we vaak de Askling H-test om te toetsen of de spier maximale rek aankan zonder bewegingsangst.
Wij toetsen op een combinatie van vier criteria, ongeacht hoeveel weken er voorbij zijn:
Wie op drie van de vier scoort en al toch terug gaat, krijgt vaak binnen zes tot acht weken een recidief.
Voor wie geen ruptuur heeft maar er liever ook geen wil krijgen: er bestaat één interventie waarvan de evidence ronduit overweldigend is, en dat is de Nordic Hamstring Curl. Een meta-analyse over 8.459 sporters liet zien dat dit programma de incidentie van hamstringblessures meer dan halveert (Van Dyk et al., 2019). Twee keer per week, 3 series van 5 tot 10 herhalingen, opgebouwd over enkele weken. Voor zo'n simpele oefening is dat een opmerkelijk groot effect.
Aanvullend werken bij MBT graag met:
Een spierruptuur is geen blessure waar je doorheen moet bijten. Het is een blessure die je in fases moet behandelen, op criteria moet beoordelen, en pas mag afsluiten als je écht klaar bent. Wie dat goed doet, komt terug zonder rugzak. Wie het overslaat, zit binnen twee maanden weer in dezelfde stoel.
Bij Movement Based Therapy revalideren we wekelijks sporters met hamstring-, kuit- en adductorenrupturen. We werken evidence-based, gebruiken BAMIC en functionele testen, en bouwen je opbouw rondom jouw sport. Heb je een ruptuur opgelopen of twijfel je over je herstel? Maak een afspraak op een van onze drie locaties in Amsterdam.

Wanneer mag je weer hardlopen na een blessure? Niet op datum, maar op criteria. Vier toetsbare stappen en een opbouwschema…

Hoe ontstaat achilles tendinopathie, hoe lang duurt het herstel en welke oefenvormen werken volgens de richtlijn…

Krachttraining verlaagt het risico op sportblessures met tientallen procenten. Wat de evidence laat zien en hoe je het toepast…
Plan een intake op de locatie die jou het beste uitkomt. Heb je vragen over onze werkwijze? Neem contact op!